Kijken naar de oplossing (II): wijn

Een tweede post over kijken naar de oplossing. Dit keer met als onderwerp: wijn.

Mijn vorige wijncursus dateert al van mei vorig jaar. Na de 2 omvangrijkste cursussen (Franse en niet-Franse wijnen) bij de Vlaamse wijnacademie gevolgd te hebben, probeerde ik eens een proefavond (nadien kan je lid worden) bij een Gentse wijncommanderij. De inhoud en de prijs waren prima, maar het event zelf had voor mij te veel een ‘feestzaal’-karakter. Met 130 mensen zaten we in een zaal verspreid over een paar tafels. De (wijn-)haantjes van dienst kraaiden het hoogste woord in de micro vooraan. Dat was eens leuk om te doen, maar lid worden hoefde voor mij niet.

Een beetje onverwacht viel er toch nog een wijncursus uit de lucht. Bij Wijnfolie in Aalter volgen we de komende weken 6 avonden les over degustatietechnieken, productieprocessen, het begrip “terroir”, het verschil tussen biologische en biodynamische en natuurlijke wijnen, alsook een les rond wijn en gerecht. Ik vond deze cursus interessant omwille van de onderwerpen (veel nieuwe topics), maar ook het feit dat de cursus vertrekt vanuit het standpunt van de natuurlijke wijnen. Die wijnen zijn omwille van hun productieproces zo anders dat deze cursus ook een kennismaking wordt met een ander smakenpallet.

Afgelopen week volgden we les 1 met als onderwerp degustatietechnieken. Degusteren verloopt normaal als volgt: kijken, ruiken, proeven en vervolgens evalueren. De lesgever van dienst (Hans, eigenaar Wijnfolie) verbaasde mij met volgende uitspraak: eigenlijk zou je wijn onmiddellijk moeten proeven zonder er naar te kijken of er aan te ruiken. Want argumenteerde Hans: “hoogstens bij de eerste slok wijn gaan we kijken en ruiken, nadien gaan we alleen nog proeven (drinken). Bovendien bestaat de kans dat we tegen het proeven al bevooroordeeld zijn”. Niet kijken naar het resultaat (de oplossing) dus.

Bij een normaal degustatieproces halen we informatie uit het kijken en het ruiken. Laten we er vanuit gaan dat we Franse wijnen blindproeven (identiteit van de fles onbekend). We krijgen bijvoorbeeld een jonge, eerder framboosrode wijn in het glas. Dan zouden we aan een Pinot Noir kunnen beginnen denken. Blijkt die wijn bij het ruiken ook nog naar frambozen en aardbeien te ruiken, dan worden onze vermoedens zeer sterk. En voor we dus beginnen met proeven, hebben onze hersenen al een bepaalde selectie gemaakt, eventueel met daaraan verbonden vooroordelen (ik lust dat niet of Pinot Noir is mijn favoriete wijn).

Ik heb ook wel eens gehoord van proeverijen (vooral bij wijnexamens) waar men wijn uit zwarte glazen drinkt. Blijkt dat je je dan zelfs kan vergissen of een wijn rood dan wel wit is. Dus ja, ik geloof wel dat het kijken en ruiken onze smaak zal beïnvloeden.

Maar toch heb ik in eerste instantie vandaag nog steeds de neiging om te pleiten voor het kijken, ruiken en proeven bij het degusteren van wijn. Maar anderzijds zou ik het wel interessant vinden om met een paar wijnen de volgende test te doen: proeven volgens het gewone proces en proeven zonder het kijken-ruiken luik. Misschien kom ik wel tot verrassende inzichten en kijk je bij wijn beter niet in het glas. Gewoon binnen kappen die handel. Dat is pas revolutionair 😉

U zegt?
  1. chateaubrys says:

    Bij welke ging je kijken? En heb ik je al dan niet (niet) zien zitten?

    Op mijn eerste wijnles ooit kreeg ik een wijn in een zwart glas. We moesten zeggen of het een rode of witte wijn was. De helft zat ernaast.

  2. Smetty says:

    @chateaubrys: commanderij Gent, sessie over likoreuze wijnen. Jouw club?

  3. janien says:

    Geen kenner zoals jij, wél ‘dorstend’ naar kennis, ook over spijs en drank. biodynamische wijn: benieuwd naar wat jij daarover gaat schrijven! Hoorde zo’n wijn vorige week nog op kanaal Z aanprijzen door de sommelier van dienst.

  4. chateaubrys says:

    Ha, mijn club ja. 🙂