Martino is meer dan een sandwich

Er zijn zo van die zaken in Gent waar iedereen wil zijn. Een klassieker onder de studenten is bijvoorbeeld een spaghetti Kastaar (Onderbergen). Generatie na generatie geven studenten dit adres door, en blijft dus het cliënteel groeien. Wie er vandaag een spaghetti wil eten, moet ofwel reserveren (hallo?) of in aanvalspositie staan wachten voor een tafeltje met nog 20 andere mensen. Mocht dit geordend gebeuren, ik zou het nog overwegen. Maar ik zie er de lol niet meer van in om te vechten voor een bord spaghetti.

Een andere succes zaak met nog een langere geschiedenis is Martino in de Vlaanderenstraat (nr 125, tel 09/255.01.04, open di-zo van 18u tot 01u). Op de jongeren site USE-IT lezen we volgende gevleugelde woorden: "De zaak is een monument in Gent. Je moet er geweest zijn als je Gent bezoekt, net zoals het S.M.A.K. en het Lam Gods. De Martino lag aan de oorsprong van het bekende broodje met preparé, ansjovis en tabasco".
Het lijkt me een straf verhaal dat ze de uitvinders zijn van een type sandwich, maar het is in elk geval een leuke anekdote.

Martino is ook zo een zaak waar het altijd vol zit. Gisteren hadden we geluk. Er was nog net plaats voor twee personen. In tegenstelling
tot De Kastaar moet je hier niet vechten voor een plaats, maar wordt dit geregeld door de uitbaatster. Het was al donker buiten, waardoor de verlichting van de zaak helemaal tot uiting komt. De neonlichten uit de jaren zestig werden bewaard, zodat het er allemaal erg retro uitziet. De inrichting is voor de rest sober. Klanten kunnen plaats nemen aan enkele (simpele) tafeltjes of aan de bar.

De kaart omvat vooral snacks: broodjes, pizza, spaghetti en natuurlijk steak friet. We kozen voor een steak bearnaise en een steak
martino. We kregen een mooi gevuld bord met steak, fijn gesneden frietjes, salade met dressing en namen er een pintje van het vat bij. In totaal betaalden we 35€ waarvan 16€ voor de steak. We waren erg tevreden over de kwaliteit van het eten, maar het prijskaartje vind ik op het randje van net te veel. Dat is de prijs die je betaalt voor de geschiedenis van de tent en haar aantrekkingskracht op alles wat jong en trendy is. Dat is toch het minste wat je kan zeggen als je naast de broertjes De Waele (Soulwax) aan tafel zit, die er duidelijk kind aan huis zijn.

U zegt?
  1. yucca says:

    Deze comment werd verwijderd door Smetty. Ik sta open voor gefundeerde kritiek, maar tolereer geen persoonlijke aanvallen die alleen bedoeld zijn om te kwetsen of schade aan te richten. Zelfde opmerking, naar dezelfde persoon, op hetzelfde moment, als op Gent.blogt.

  2. De Langen says:

    Ik vind het eten in de Martino toch iets lekkerder dan in ‘t hof van cleve waar ik ook wekelijks ga. En in de Martino is het wel goeiekoper.

  3. Tom says:

    Op een martino doe je dus GEEN tabasco maar pilipili of cayenepeper.
    Kwestie van juiste info

  4. Sven says:

    Pili-pili, tabasco, cayennepeper, augurken, zout, ketchup, worchestersaus en gesnipperde ui op een broodje préparé: wie verbrandt zijn smaakpapillen niet aan deze pikante combinatie? De sandwich klinkt echter exotischer dan hij in werkelijkheid is.

    ,,Ik smeerde de eerste martino in mijn sandwichbar aan het De Coninckplein. Het broodje martino is een Antwerpse uitvinding”, claimt Albert De Hert (83) zijn culinair experiment.
    ,,Het is jammer dat anderen beweren dat het broodje hun uitvinding is, maar ik weet maar al te goed wanneer ik de eerste martino heb gemaakt”, zegt Albert De Hert, die nu restaurant Ciro’s aan de Amerikalei uitbaat.

    In 1951 in sandwichbar Quick, op het ogenblik dat het De Coninckplein het uitgaansmekka van Antwerpen was, maakte Albert het eerste broodje martino. Even smakelijk als zijn broodje vertelt De Hert het verhaal van zijn martino, die zijn naam dankt aan voetballer Theo Maertens. Beide heren kenden elkaar dankzij hun gemeenschappelijke passie: het voetbal.

    Twee voetbalvrienden

    ,,Theo speelde bij Antwerp en ik bij Berchem Sport. Samen speelden we in de ploeg ‘Entente Anversoise’ dat de beste spelers van Antwerpen groepeerde voor internationale wedstrijden. We speelden in die tijd op hoog niveau.”

    Desondanks bleken de sportmannen ook in het Antwerpse nachtleven geen onbekenden, zij het onder een Italiaans pseudoniem. ,,Italiaanse liederen en orkesten waren begin jaren vijftig erg populair. Het was toen modieus om namen te ‘veritalianiseren’ door een o of een i toe te voegen. Zo kwam het dat de mensen ons Alberto en Martino noemden.”

    Naast zijn voetbalactiviteiten baatte De Hert met succes sandwichbar Quick uit, geopend tot in de vroegere uurtjes. ,,Aan de lopende band verkochten we broodjes, voor nog geen tien frank. Natuurlijk kregen we meer dan eens beschonken feestgangers over de vloer die de avond wilden afsluiten met een lekkere hap. Eén van hen was Theo Maertens. Hij kwam hier binnen met flinke honger en een stuk in zijn kraag en bestelde een broodje préparé ‘met alles wat er in huis te vinden is’. Dat bleek pili-pili, tabasco, cayennepeper, augurken, zout, ketchup, worchestersaus en gesnipperde ui. Het nieuwe broodje viel in de smaak en een dronkelap riep: ‘doe mij maar hetzelfde als de Martino’. Dat was het begin van een traditie.”

    Geen patent

    Albert De Hert heeft nooit een patent genomen op zijn broodje. ,,Ik hoef er geen geld aan te verdienen. Het is alleen spijtig dat mijn verhaal in twijfel wordt getrokken.”

    Of hij nog andere culinaire hoogstandjes op zijn palmares heeft? ,,Ik werk al meer dan een halve eeuw in de horeca, dus ik heb wel wat met eten. De sandwichbar is inmiddels gesloten en in mijn restaurant verkoop ik geen broodjes. Maar ik blijf creatief. Mijn nieuwste experiment heet de ‘Antonio’, een combinatie van toastjes met vlees en vis. Al zal er binnenkort wel iemand opduiken die Antonio heet en het gerecht opeist”, grapt De Hert.

Trackbacks for this post

  1. Not So-So Blog : the official blog » Blog Archive » Our long tail