Het regent goede doelen in mijn mailbox. Op een paar dagen tijd vielen er zowaar 4 aanvragen in de virtuele box. Omdat bij kerstmis goede doelen horen, vermelden we ze hier alle vier:

  1. Pierre doet zijn snor af voor de actie  “allessnor” ten voordele van het Fontys Glazen Huis 2010. Leuke actie en website met beschrijving van de snorren die nu nog even te bewonderen zijn, voor ze er definitief afgaan.
  2. Voor dat andere glazen huis van Studio Brussel, verkopen de Vlaamse Twitteraars een tweet voor het goede doel via Tweet For Life 2010. Mooie actie en eenvoudig om aan mee te werken. Meedoen zou ik zeggen!
  3. Een actie die zeker een goed doel nastreeft, maar gelijk moeilijk te verpakken valt, is de “Are you sitting comfortably“-actie die ijvert voor betere regels wat betreft brandveiligheid voor sofa’s in België. Belangrijke boodschap, maar ik vind hun mediamateriaal eerder griezelig.

De vierde actie is ten voordele van de Cliniclowns en werd opgezet door  Joyvalle van de zuivelgroep FrieslandCampina. Per verkochte liter Joyvalle AA-melk gedurende de maand december, zal Joyvalle 5 eurocent aan de Cliniclowns doneren. Voor wie de Cliniclowns niet kent, zij werken nauw samen met ziekenhuispersoneel en willen zo bijdragen aan het genezingsproces van zieke kinderen. U kan zelf een steentje bijdragen via de clown-neus Facebook applicatie, door het kopen van melk of natuurlijk rechtstreeks via de Cliniclowns.

Er wordt mij een bedrag gegeven via BuzzParadise om de actie te vermelden op mijn blog. Het spreekt voor zich dat ik het geld integraal zal doorstorten naar de Cliniclowns.

Wij zijn hier thuis fan van mijn wederhelft haar collega Marita de Sterck. Zij schrijft onder meer boekjes voor beginnende lezers, prentenboeken, maar ook waarschuwingsverhalen. Geïnspireerd door haar werk, ga ik er ook zo ééntje schrijven, met een conclusie op het einde.

“Er was eens een koppel met 2 kinderen en een hond die graag een huisje wouden kopen. Liefst met een tuintje erbij. Ergens nog vroeg in de 21ste eeuw, vonden ze na lang zoeken hun droomhuis, dat verkocht werd via een groot Amerikaans immokantoor,  De mensen van het immokantoor speelden een mooi theaterstuk, maar dat hadden de naïeve kopers toen nog niet door. De verkopers van het huis waren nogal moeilijke mensen, aldus het immokantoor, en ze hadden toch graag meer geld gewild voor hun huisje. Maar ze willen wel verkopen, liet de immomeneer weten, op voorwaarde dat er een grote som in het zwart betaald zou worden. Het koperskoppel zag dat echter helemaal niet zitten, maar omdat het uiteindelijk toch over hun droomhuis ging, gaven ze na lang aandringen toe om een klein bedrag te betalen als extra “onderhandelingsgeld” voor de verkopers van het huis.

Veeleer toevallig spraken de kopers en de verkopers met elkaar op de dag voor het verlijden van de akte en vernamen dat het zogenaamde onderhandelingsgeld in de zakken van het immokantoor was verdwenen. “Ik heb daar gewoon recht op” zei de immomeneer in het bijzijn van hen allen en lachte de kopers en de verkopers gewoon in hun gezicht uit, omdat ze zo dom waren geweest om hem te vertrouwen.

De kopers en verkopers van het huis stonden samen garant voor overduidelijk bewijsmateriaal en de kopers stapten vervolgens naar een bekende consumentenorganisatie en een beroepsinstituut in voege voor immokantoren.

De consumentenorganisatie blafte eens luid, maar gaf het al bij het eerste gegrom van de tegenpartij onmiddellijk op. Met de staart tussen de benen stoof de consumentenorganisatie het bos in en de verontwaardigde kopers hoorden nooit meer iets van hen. In het beroepsinstituut hadden zij wel vertrouwen, maar ook dat bleek een misrekening. De conversatie tussen de kopers, het boze advocatenkantoor van het immokantoor en het beroepsinstituut duurde behoorlijk lang. De conversatie was absurd en hilarisch. Elk antwoord van het advocatenkantoor bevatte een andere versie van de feiten en natuurlijk het dreigement om de stoute kopers aan te klagen. Het beroepsinstituut blonk vooral uit in slechte communicatie, als je al over communicatie kon spreken.

Op een dag waren de kopers het beu en vroegen het beroepsinstituut om een uitspraak te doen. Met tegenzin liet het beroepsinstituut uiteindelijk weten dat het dossier werd afgesloten. Gewoon via mail en zonder enige motivatie. De kopers werden niet gehoord, de verkopers van het huis evenmin, het bewijsmateriaal gewoon van tafel geveegd.

Natuurlijk gingen de kopers ook langs bij een advocaat, maar die rekende uit dat elke andere manier om een klacht in te dienen, geld zou gaan kosten. Veel geld. En als je dan een onderzoek krijgt zoals dat van het beroepsinstituut, als er al een onderzoek komt, ben je helemaal de banaan. Want voor je het weet krijg je nog een rechtszaak van de tegenpartij aan je been omdat stoute mensjes niet geacht worden om een braaf immokantoortje te beschuldigen. En dus zagen de verontwaardigde kopers geen andere uitweg meer dan de handdoek in de ring te gooien.”

Wat leren we uit dit verhaal? Dat je nooit een immokantoor mag vertrouwen en één cent meer uitgeven dan op je contract staat. Als je het toch doet, ben je compleet machteloos. De consumentenorganisatie en het beroepsinstituut doen hun werk niet en willen niet eens naar je klacht luisteren. Elders een klacht indienen en om een onderzoek vragen kost dan weer zoveel geld en is zo risicovol, dat je er alleen maar gepluimd en gefrustreerd uit kan komen. En het immokantoor? Dat doet lekker verder en pluimt naar hartenlust domme toekomstige bewoners van een droomhuis. Het recht staat aan de kant van het geld, maar dat is nooit anders geweest.

Waarschuwingsverhalen zijn zo oud als de mensheid en bedoeld om verder te vertellen. Dus als u bovenstaand verhaal nuttig zou vinden, vertel het dan zeker verder. Mocht u toevallig denken dat het bovenstaande over u gaat, dan bent u fout en verwijs ik u graag naar mijn disclaimer.

Weet u nog die keer dat de tandarts zijn naald (vijl eigenlijk) verloor in mijn tandwortelkanaal? Niks aan de hand volgens hem. Geen 2 maanden later viel die tand in stukjes uit elkaar. Een meer gespecialiserde tandarts reconstrueerde de tand, maar was vrij pessimistisch over de lange termijn gevolgen. Over 6 maanden zullen we meer weten, gaf ze toen aan.

Iets meer dan 6 maanden later krijgt ze helaas gelijk. Antibiotica waarmee ze volgens mij zelfs een paard genezen krijgen, zijn mijn deel. Maandag nemen ze foto’s, maar ik ben er nu al niet gerust in. Want die vijl geraakt er alleen maar uit met microchirurgie. Brrrr.

Update: de tand is verloren, proberen redden heeft geen zin. Hij gaat eruit. En daar is een nog meer gespecialiseerde meneer voor nodig. * Bleih *

Voorlezen

2/11/2010

Het is boekenbeurs. Dat jaarlijkse boekenfestival in Antwerpen. Dit jaar gaan we eens langs, want we zijn hier thuis terug boeken gaan lezen (vakliteratuur wordt in deze post niet meegerekend én niet besproken).

Het moet ergens een jaar geleden begonnen zijn. Ik las een stukje voor aan vrouwlief en dat vonden we beiden gelijk wel geestig. Ik voorlezen, zij luisteren. Het eerste boek werd “De eenzaamheid van de priemgetallen”van Paolo Giordano. Een bestseller, spannend, maar geen literaire topper. En het lezen hield niet op. Ik heb weet eigenlijk niet hoeveel boeken we sindsdien samen gelezen hebben. Even kijken: “Alleen maar nette mensen” van Robert Vuisje, “Het diner” van Herman Koch, “Vissen redden” en “Groener gras” van Annelies Verbeke, “De wetenschap van de liefde” van Mark Kinet, “Het einde van de psychotherapie” van Paul Verhaeghe en “Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt)” van Ivo Victoria. Momenteel zijn we bezig in “De afschuwelijke eenzaamheid van Mawell Sim” van Jonathan Coe. Dat maakt dus negen boeken op een jaar tijd.

Tijdschriften, eens de weekendkrant en natuurlijk veel online lectuur, consumeer ik op dagelijkse basis. Maar ik slaag er niet meer in om alleen een boek te lezen. Ook de aanschaf van een e-reader zou daar weinig aan veranderen denk ik. Maar voorlezen, dat werk wel. Het is ook ongelooflijk plezant om samen “in een boek te zitten”. Het zijn momenten geworden die we koesteren. Ik kan het u alleen maar aanraden om het zelf ook eens te proberen.

Tuin (1)

3/06/2010

Ik wist een paar maanden geleden niet of ik graag in de tuin zou werken. Ondertussen wel. Want naast de hogedrukreiniger, heb ik nu ook de snoeischaar ontdekt.

De haag knippen is een beetje coifferen, maar dan in ‘t groen, zat ik mij gisteren tijdens een knip-sessie te bedenken. Hier en daar wat bijknippen en met de losse eindjes nieuwe vlechtjes maken.

Proudly powered by WordPress. Theme developed with WordPress Theme Generator.
Creative Commons License

Creative Commons License Creative Commons License