Leren leren

Eergisteren woonde ik op school een onderwijscafé over games bij. Een van de sprekers was Kenzo ter Elst, een in 2004 afgestudeerde informaticus die vandaag werkzaam is als games ontwikkelaar bij Larian Studios.

Zijn verhaal was niet direct praktisch bruikbaar voor leerkrachten die met games in het onderwijs willen starten, maar hij was zelf wel een mooi voorbeeld van wat games voor iemand kunnen betekenen. Naar eigen zeggen heeft hij zijn huidige beroep volledig te danken aan het spelen van games. Hij leerde oa.: de Engelse taal (en ook het Japans), programmeren, contacten onderhouden met gelijkgezinden en de kunst van het maken van een game.

Kenzo is hiermee een mooi voorbeeld voor het sociaal constructivisme dat ondermeer inhoudt dat kennisverwerving niet direct het gevolg is van kennisoverdracht door de leerkracht, maar het product is van de denkactiviteit van de lerende zelf. Naast de actieve rol van de lerende, spelen ook sociale processen een zeer belangrijke rol binnen deze theorie.

In het verhaal van Kenzo kwam meermaals het onbegrip naar games toe aan bod van zowel zijn naaste omgeving als van de school. Zijn leerkrachten hebben op geen enkel moment oog gehad voor wat hij via gamen leerde. Daarnaast zagen ze ook niet dat de contacten die het gamen hem opleverde ook hielpen bij het verwerven van kennis en vaardigheden (bijvoorbeeld online hulp bij het aanleren van programmeertalen).

Waarom nu dit voorbeeld? Omdat het mij deed nadenken over 2 situaties uit mijn eigen klasgroepen (waarvan 1 groep uiterst ICT-vaardig was, de andere totaal onervaren). De opdracht voor deze groepen bestond er in om met een applicatie uit een kantoorpakket iets te realiseren wat we nog niet eerder gezien hadden in de les. Er was geen papieren handboek beschikbaar en de vaardigheden werden ook niet eerst vooraan gedemonstreerd. Voor de onervaren klas had ik expliciet verwezen in de opgave naar een voor hen online beschikbaar handboek (binnen de student zijn eigen elektronische leeromgeving), de ervaren klas kreeg geen tips met hulpmiddelen. Het stond de studenten wel vrij om alles te gebruiken wat hen kon helpen: elkaar, internet, de help-functie, etc…

Het resultaat was twee keer protesterende studenten. De klas met de ICT-vaardige studenten gaf zelfs expliciet aan dat zij alleen nieuwe vaardigheden wensten aan te leren via een handboek of na het stapje-voor-stapje demonstreren door de lesgever. Ik noem dat het paplepel-model. Bij de onervaren klas had ik niet de indruk dat ze onwillig waren, ze hadden alleen nooit geleerd hoe ze zelfstandig kennis konden verwerven of samen konden leren.

Wat kan ik nu uit Kenzo zijn verhaal leren? De leerkrachten van Kenzo speelden volgens hem (= niet te controleren) een eerder beperkte of geen rol bij bovenvernoemd onderdeel van zijn leerproces, maar daarnaast heeft hij zichzelf wel aangeleerd hoe hij zelf en via anderen aan kennisverwerving kon doen. Naar mijn klasgroepen toe moet ik dus meer aandacht besteden aan het stimuleren van eigen kennisverwerving door de student zelf en het aanleren van hoe men kan samenleren met anderen.

Over hoe je dat het beste aanpakt binnen het zogenaamde blended learning (een combinatie van online leren en contactonderwijs), heb ik vandaag geen pasklaar antwoord. Over het onderwerp heb ik wel een onderzoeksvoorstel geschreven en ingediend. Weet u tegelijk ook waar ik de afgelopen maanden mee bezig geweest ben.

U zegt?
  1. lamazone says:

    Wow. Je had het me al meermaals uitgelegd, maar dit voorbeeld illustreert heel erg goed waar je voorstel over gaat. Ik hoop dat je dit mag uitvoeren want het lijkt me razend interessant en heel erg nuttig, niet alleen in het onderwijs, maar algemeen op het vlak van leerprocessen, ook in je vrije tijd of een professionele omgeving.

  2. mich.l says:

    Ik ben een eindwerkje aan het schrijven over de mogelijke toepassing van e-learning binnen m’n ziekenhuis. Ik val hier ook van de ene ontdekking in de andere. Het probleem is wel schiften, gedachten ordenen en schrijven. Ik heb soms de indruk dat het internet me meer doet twijfelen dan bij onderwerpen waar ik “door gevestigde waarden” les (lees: traditioneel) heb gehad.
    Ik heb bij het internet steeds de neiging om m’n bronnen (http://del.icio.us/mich.l/e-learning) meermaals te checken.

  3. Zeer interessant.
    Een truuk die ik zou gebruiken is studenten kleine opdrachten geven.
    Als mensen een zeer open fluffy opdracht krijgen, waarvan ze geen idee hebben wat het inhoud dan haken er al redelijk wat mensen af. Kenzo heeft geleerd maar omdat hij niet doorhad dat hij aan het leren was. (Wat altijd de beste (enige?)manier is bij kleine kinderen. Maak er een spel van.

    Je zou ook de twee groepen tegen elkaar kunnen uitspelen: ttz verzin ene opdracht voor de andere klas.
    Zo zullen ze elkaar uitdagen, er zal een stukje competitie inzitten (wat bij sommige mensen goed werkt), en de ene zullen meer leren door de opdracht te verzinnen, anderen zullen dan weer veel halen uit een opdracht proberen oplossen…

    En (ik kan het niet laten) laat ze een perfectie game uitvoeren op de opdracht die ze gaan doorgeven, en een perfectie spel op de opdracht die ze doorgekregen hebben.

  4. voor alle duidelijkheid, met kleine opdrachten bedoel ik meerdere aan elkaar sluitende opdrachten.
    Zodat ze in kleine stapjes wel een groot traject afleggen, en dat volledig zelf. (Zoals ik met de zandloper mijn jongste zoon zichzelf laat aankleden door hem telkens te vragen van een ander kledingstuk aan te doen.)

  5. Smetty says:

    @lamazone: ik hoop ook dat ik het mag uitvoeren. 🙂

    @mich.l: veel succes. Eigenlijk zou je alle bronnen moeten kritisch kunnen bekijken. Ook de gevestigde waarden. Alleen hebben die laatste wel het voordeel van de sociale controle denk ik.

    @Yves: over het algemeen worden mijn opdrachten vrij goed uitgevoerd. Ik mag echt niet klagen. Ik weet ook redelijk goed wat werkt en wat niet. Maar als je eens iets echt nieuws probeert, ala, dan gaat het ook soms fout. Dat is lerenhe.
    Het competitie-spel is wel een leuk idee. Het proberen zeker waard 🙂

  6. @Smetty: Ik twijfel er niet aan dat het meestal wel lukt. En gelukkig dat het af en toe “fout” loopt. Dat maakt het spannend en zorgt ervoor dat je allert blijft. Er is niets erger als een project dat perfect loopt. Voor mij wil dat zeggen dat men niet genoeg riskeert/probeert. (MAW op automatische piloot werkt)

    Ik ben benieuwd in het resultaat van het competitiespel.

  7. Het competetiespel is ook een mooi voorbeeld van iets wat ze zelf kunnen gebruiken later