Natuurlijke wijnen

Vorige week heb ik voor het eerst kennis gemaakt met “natuurlijke” wijnen (via wijnhandel Wijnfolie te Aalter). De verleiding is groot om over “biologische” wijnen te spreken, maar dat bestaat nog niet. Biologisch druiven telen kan, maar het wijnproces zelf kan in Europa nog niet “biologisch” genoemd worden omdat dat juridisch nog niet vastgelegd/afgebakend werd. We moeten dus over “natuurlijke” wijnen spreken.

Het bekendste bestanddeel dat toegevoegd wordt aan wijn is sulfiet, dat dient voor het ontsmetten (micro-organismen), maar ook (bijna) noodzakelijk is voor de bewaarcapaciteit van een wijn. Helaas is dit product ook verantwoordelijk voor de hoofdpijn en de misselijkheid die je kan ervaren bij het drinken van minder goed gemaakte wijnen. Natuurlijke wijnen proberen zo weinig mogelijk sulfiet te bevatten.

Bij de bij Wijnfolie geproefde wijnen viel mij bijna consequent het volgende op: de kleur was eerder dof (niet gefilterd) en de smaak kenmerkte zich bijna overal door een hoge mate van aciditeit (zuren). De smaak (in het algemeen) van deze natuurlijke wijnen was voor mij redelijk nieuw (ik zal dus wat flessen moet kopen ter verdere studie en naslag, gremel). Het deed mij ook nadenken over wat we gewend zijn om te drinken. Smaakt wijn eigenlijk wel zoals we gewoon zijn om hem te drinken of wordt een wijn eerder “gemaakt” conform onze verwachtingen?

Het valt te verwachten dat de verkoop van natuurlijke wijnen, ondanks hun kleine meerkost, alleen maar zal stijgen. Zelf ga ik nu niet plots focussen op dergelijke wijnen, maar als ik mijn smaak erin kan vinden, zou ik toch bewust wat meer “natuurlijke” wijn durven kopen. Voor iedereen die een beetje gevoelig is voor sulfiet lijkt mij dit trouwens een absolute aanrader.

Tijd om mijn posts over wijn hier in een “wijn”-categorie te steken. Niet dat dat (die categorie├źn) nog enig nut heeft, maar het is wel een beetje zoiets als een nieuw “officieel vast onderwerp” voor deze blog. Er is nog plaats voor “wijn” in de soapbox.

U zegt?