Schrijven is taal

De afgelopen jaren heb ik eindeloos veel tijd schrijvend doorgebracht. Ik schreef vooral aan mijn doctoraat, en dat is onlosmakelijk verbonden met een enorme berg aan schrijf- en herschrijfwerk. Ik heb gemerkt dat wetenschappelijk schrijven een serieuze uitdaging kan zijn en ik heb ook genoeg momenten gekend waarop ik moeite had met het vinden van de juiste woorden (tip: gebruik een synoniemenwoordenboek, zoals dat van Woxikon). Toch gaat het schrijven in het Nederlands me nog steeds gemakkelijkste af, al begint het wetenschappelijk Engels toch ook steeds beter te lukken.

Afgelopen weken las ik een paar interessante zaken rond taal. Een eerste item ging over taal-IQ, een tweede over hoe Vlaams ons Nederlands eigenlijk is.  

Hoe hoog is uw taal-IQ?

Op de websites van Radio1 en De Standaard staan momenteel taal-IQ testen. Het taal-IQ, oftewel de taalintelligentie, wordt hierbij vastgesteld op basis van antwoorden op 15 taalvragen. Een soortgelijke test wordt door de KU Leuven al meerdere jaren voorgelegd aan eerstejaars studenten. Vorig jaar schreef De Standaard dat de uitslagen van deze taal-IQ-test samenhang vertonen met de slagingspercentages bij examens. 72% van de studenten die op de test een score van minder dan 60% haalden, slaagde niet voor de januari-examens. Dit percentage ligt voor studenten die minder dan 50% scoren zelfs op 85%. Volgens Lieve De Wachter, hoofddocent aan het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven, is het echter helemaal niet zo slecht gesteld met de taalvaardigheid van de studenten. De meeste eerstejaars scoren tussen de 70% en 80% op de taal-IQ-test. De nieuwe, online versie van deze test is hier te vinden.

Hoe Vlaams is uw Nederlands?

Onlangs bogen 3.250 taalprofessionals (in dit geval personen die in hun beroepsleven veel met taal te maken hebben, waaronder journalisten en leerkrachten) zich over een test die duidelijk zou maken hoe Vlaams hun Nederlands is. Ze kregen een rij uitdrukkingen voorgelegd, met daarbij de vraag: ´Vindt u de volgende zin aanvaardbaar in de standaardtaal, bijvoorbeeld in de krant of op het journaal?` Een deel van de uitdrukkingen typeerde de Vlaamse taal en een ander deel bevatte meer Noord-Nederlandse woorden en zinnen. In de eerste categorie kwamen bijvoorbeeld ´solden` en ´autostrade` voorbij en in de tweede ´ergens een hard hoofd in hebben`. Wat blijkt; men waardeert die Vlaamse elementen wel. Een kleine 60% van deze uitdrukkingen kan volgens de gemiddelde deelnemer prima door de beugel. Daarbij is onderscheid te maken tussen de verschillende regio´s in Vlaanderen. Deelnemers uit Vlaams-Brabant, Antwerpen en Oost-Vlaanderen blijken ´Vlaamser` te zijn dan de inwoners van Limburg en West-Vlaanderen. Deze percentages lopen echter niet ver uiteen. Benieuwd hoe Vlaams uw taalgebruik is? De test is nu ook online beschikbaar gesteld en kan dus door iedereen worden ingevuld.

U zegt?