Eendjes

Het was altijd leuk aan de andere kant van de vijver.
Je kon er zo goed eendjes kijken.

Ik was er al lang niet meer geweest.
Het pad was zo ver weg en
en ik durfde er niet heen zo helemaal alleen.

Jaren maakte ik bewust een omweg, gewoon voor de zekerheid,
tot ik er op een dag toevallig voorbij kwam.

Ik duwde zachtjes de deur naar het park open,
en liep in de richting van het water.

Op een bankje bij de vijver zat een man.
Daar zat hij vroeger ook al.

“Mag ik?” vroeg ik.
Hij knikte en ik ging naast hem zitten.

“Dan ga ik maar weer,” zei ik na een tijdje.
Voor ik uit het zicht verdween, zwaaide ik nog even.

De deur liet ik op een kiertje staan.
De eendjes zwommen gewoon verder.

U zegt?
  1. Mooooooooooooi!
    Knap geschreven, een talent!