Onderwijs een roeping?

Met het einde van het schooljaar in zicht, zal dit één van mijn laatste onderwijsblogs zijn. En dat einde zal nog pittig gaan worden. Ik viel haast van mijn stoel vorig weekend toen ik de examenplanning in handen kreeg. Ik heb 3 klassen, waarvan 2 parallelklassen. Het is dus ideaal als die samen examen hebben, zodat je maar één examen moet opstellen. Helaas is dat dit keer niet het geval. Maar het venijn zit hem in de staart. Ik heb de twee laatste examendagen gekregen, wat wil zeggen dat die de dag zelf nog moeten verbeterd worden. Helaas voor mij vallen die dagen op een moment dat ik voor een andere werkgever werkzaam ben. Daarbij aansluitend zijn er nog deliberaties waarop leerkrachten de uitslag evalueren en diploma’s, onvoldoendes of herexamens uitdelen. Concreet betekent dit dat de school mij verplicht om 5 (onbetaalde) halve dagen voor hen te werken op een moment dat ik eigenlijk voor iemand anders werk.


De onderdirecteur toonde weinig begrip en benadrukte nog is het belang van mijn aanwezigheid op deliberaties, alvorens mij door te sturen naar het secretariaat. Daar kreeg ik dan een totaal ander verhaal te horen. Hun visie op mijn situatie: ik moet niet komen naar de deliberaties (mits attest van tewerkstelling bij een andere werkgever), ik moet examens opstellen in functie van snel verbeteren en mijn aanwezigheid tijdens de examens zelf is ook niet vereist. Dat brengt het aantal halve dagen dat ik verlies terug naar twee. De administratie heeft duidelijk een andere visie dan de directie.

Dit voorval,  en een zelfde discussie een week ervoor met de directeur over mijn afwezigheid op de deliberaties van de herexamens eind augustus, bracht mij aan het denken over het volgende. "Onderwijs is een roeping
", zei iemand me nog deze week. Ik ben het daar helemaal niet met eens. Ik zou dat willen linken aan een interessante bedenking die ik ontleen aan een docerende vriend. Volgens hem vind het overdreven opeisen (totale overgave) van de school zijn oorsprong in het feit dat nog niet zo lang geleden onderwijs een zaak was van de geestelijkheid. Deze mensen gaven zich letterlijk helemaal aan het onderwijs, en werden ook niet gehinderd door wereldse zaken als partner, kinderen, huishouden enz. De geestelijkheid, als uitvoerders van een onderwijsjob, zijn ondertussen bijna helemaal verdwenen. De verwachtingen daarentegen zijn gelijk gebleven. En in dat plaatje past die uitspraak "onderwijs is een roeping" volledig.

Natuurlijk moet je voor een klas willen staan en willen werken met jongen mensen. Je moet ook geen veeboer worden als je niet wil werken met kippen, varkens en koeien. Het onderwijs zelf maakt van het beroep
"een roeping". Hiervoor zou ik als voorbeeld 2 argumenten willen aanhalen (geldig voor het algemeen secundair onderwijs):

  • Het systeem is ontworpen op het in dienst nemen van pas afgestudeerden en heeft een verloning gebaseerd op dienstjaren. Dit sluit onmiddellijk een grote groep mensen uit. De instroom van mensen met ervaring uit andere sectoren is verwaarloosbaar.
  • Werkzekerheid (vaste benoeming) is gebaseerd op een positieve evaluatie van minstens drie jaar op een zelfde school (of scholengemeenschap). Wie niet binnen de school-lijntjes kleurt vliegt er dus vanzelf uit.

Het gevolg is dat in het onderwijs vooral mensen beginnen die aan het begin staan van hun carrière, en daar meestal voor de rest van hun leven blijven werken. Nadien is er weinig instroom en het aantal vast benoemde leerkrachten die halfweg (of later) hun loopbaan ermee stoppen, is ook eerder beperkt. Tel alles samen, en het onderwijs lijkt alleen weggelegd voor mensen met een roeping. Mijn voorstel: maak van het onderwijs een open beroep, waar iedereen kan aan deelnemen, met een passende verloning en toekomst perspectieven. Ik durf er geld op in te zetten dat van die roeping-theorie niet veel meer zal overblijven.

Voor mezelf stel ik vast dat het onderwijs mij alweer geïnspireerd heeft tot denken en schrijven. Het is echt een mooi beroep, maar het wordt helaas uitgeoefend in een erg gesloten traditionele wereld.

U zegt?